14-18 Het Front van de Vogezen

Published on 03 juni 2014
  • Het altaar van Hartmannswillerkopf

    Het altaar van Hartmannswillerkopf

    © ADT 68 / JL. Delpal

14-18 Het Front van de Vogezen 88000 Epinal fr

Het front van de Vogezen vormde een bergachtige zone tussen Le Donon in het noorden en Le Grand Ballon in het zuiden. De oude grens met het Reich, van 1871 tot 1918, vandaag gelegen in Elzas en Lorraine, was de enige sector van het westelijke front in de Grote Oorlog dat berggevechten kende. Dat stelde speciale eisen op het gebied van vervoer en logistiek. Er moest rekening worden gehouden met het specifieke landschap, strategische plaatsen, en de klimatologische en geografische beperkingen.
Het Massief van de Vogezen telt tal van slagvelden, wat de streek de dimensie geeft van een openluchtmuseum.

Een unieke site van de bergoorlog

De Elzas en een deel van Lorraine werden door het verdrag van Frankfurt geannexeerd door het Duitse rijk in mei 1871. De ‘verloren’ gebieden hebben een rijke patriottische en nationalistische literatuur gevoed, wat leidde tot wraakgevoelens en ze werden dan ook een van de secundaire doelen van de Eerste Wereldoorlog.
Vanaf 4 augustus 1914 kreeg het Franse leger het bevel om aan te vallen in de Elzas en de valleien en belangrijkste steden te bezetten. Mulhouse werd bezet op 8 augustus, ‘s anderendaags geëvacueerd, opnieuw ingenomen de 17e en definitief opgegeven op de 25e.
Munster werd bezet door de Fransen op 17 augustus en verlaten op 3 september. Verkenners waren zelfs doorgedrongen tot aan de rand van Colmar.
Na de bewegingsoorlog stabiliseerde het front tijdens de maanden oktober en november 1914. De valleien van
Saint-Amarin en Masevaux waren Frans gebleven.
In de Vogezen van Lorraine lag het front op een grensheuvel (Violu), een natuurlijk observatorium (la Fontenelle,
la Tête des Faux) of op een strategische positie (la Chapelotte, la Roche Mère Henry).
Op de heuvel van la Fontenelle stabiliseerde het front zich vanaf 12 september 1914. In juli 1915 begon een ondergrondse mijnenoorlog, terwijl aan de oppervlakte massale aanvallen afgewisseld werden met schermutselingen. De resten van een opmerkelijke ijzeren observatieladder, de enige van het front, zijn nog steeds zichtbaar.

Niet te missen herdenkingsmonumenten

Het Massief van de Vogezen, waar de frontlijn begon aan de Zwitserse grens, in de nabijheid van ‘Kilomètre Zéro’, wordt gedomineerd door een indrukwekkende rotshoogte die neerkijkt op de vlakte van de zuidelijke Elzas: de Hartmannswillerkopf, vandaag een van de vier nationale monumenten van de Grote Oorlog. Fransen en Duitsers bevochten elkaar voortdurend voor deze observatiepost.
Alleen al in 1915 veranderde de top vier keer van kamp. De gevechten gingen de hele oorlog verder op dit slagveld dat geteisterd werd door obussen, gifgas en vlammenwerpers. De verovering moest het succes verzekeren van een Frans offensief in de streek van Mulhouse. Het precieze aantal doden zal men nooit kennen, maar minstens 30.000 soldaten lieten er het leven. Een memoriaal dat bestaat uit een crypte met de beenderen van 12.000 onbekende soldaten brengt hen vandaag hulde.
Een Herdenkingsschuilplaats (abri-mémoire) werd ingericht in het oudste huis van het dorp Uffholtz, opgetrokken in 1581. Het bezoek aan de schuilplaats kan een inleiding vormen aan de verkenning van een ‘mensen verslindend’ gebergte dat de meest indrukwekkende historische site vormt van de Vogezen.

Het Serret-museum in Saint-Amarin, ingewijd in 1973, is gevestigd in een voormalige gerechtszaal die tijdens de Grote Oorlog diende als hospitaal. Het bevat vandaag voorwerpen en documentatie over de gevechten en de leefomstandigheden van de soldaten.
Wanneer we de oude frontlijn volgen naar de Vallée Noble, ontdekken we de grootste Roemeense necropool van Frankrijk, de Roemeense militaire begraafplaats van Soultzmatt, in 1924 geïnaugureerd door koning Ferdinand en koningin Maria van Roemenië.

Tussen 20 juli en 15 oktober 1915, vonden moordende gevechten plaats op het slagveld van Le Linge (17.000 doden), gevolgd door een stellingenoorlog die duurde tot 11 november 1918. Dit slagveld dat geklasseerd werd als historische site, toont een aangrijpend aspect: de infrastructuur van het solide Duitse verdedigingssysteem en de resten van de Franse stellingen in de losse grond, getuigen van de echte loopgravenoorlog. Het Memoriaalmuseum van Le Linge toont Franse en Duitse voorwerpen die men ter plaatse heeft gevonden: wapens, munitie, persoonlijke voorwerpen, relieken…
Om dringende zorgen zo dicht mogelijk bij het front te kunnen toedienen, besliste het Franse leger in juli 1915 om een Alpijns veldhospitaal te vestigen in het dorp Mittlach dat opnieuw Frans was geworden. Dit hospitaal, vandaag een museum, evoqueert de minder bekende veldslagen rond Metzeral in juni 1915, en de herinnering aan generaal Serret en kolonel Boussat, die sneuvelden op de Hartmannswillerkopf in december 1915.

In 1914, the Germans occupied the Tête des Faux. In 1914 bezetten de Duitsers de top van de Tête des Faux op een hoogte van 1220 meter. De gevechten van Kerstmis 1914, die plaatsvonden in extreme wintercondities, leidden tot 600 doden, vermisten en gewonden op 1 nacht.
Maar de Duitsers bouwden er indrukwekkende versterkingen die stand hielden tot aan de wapenstilstand van 1918.
Langs de oude frontlijn met loopgraven bevindt zich ook de Col de Sainte-Marie-aux-Mines, een grenspost tussen Frankrijk en Duitsland die vanaf 1914 door de Duitsers was bezet. De omliggende toppen, de Bernhardstein, de Tête du Violu en de Côte 607 werden het toneel van een schimmenoorlog.

Het Museum van Saint-Dié-des-Vosges bevat uitzonderlijke stukken met betrekking tot de militaire geschiedenis van 14-18. Tien uitstalkasten tonen uniformen, wapens, munitie en documenten over de slag van de Meurthe en de gevechten van La Chipotte. Ook het verhaal van de twee luchthelden, Fonck en Guynemer, wordt gebracht met een unieke verzameling.
In de vallei van de Hure waren de hoogtes van Fontenelle de inzet van een stellingenoorlog die snel ontaardde in een mijnenoorlog. In 1925 werd een monument opgericht, in de nabijheid van de necropool waar 2.348 Fransen rusten.
Van 28 augustus tot 9 september 1914 was de sector van de Col de la Chipotte het toneel van lijf-aan-lijfgevechten. De sector wisselde 5 keer van kamp, de Fransen verloren er 4000 soldaten en de poilu’s spraken van ‘le trou de l’enfer’ (het hol van de hel). De Franse overwinning zorgde samen met de overwinning van de Marne voor de mislukking van het Duitse invasieplan, wat dan leidde tot de stellingenoorlog. De necropool van la Chipotte herinnert aan de heroïsche gevechten van de Fransen.

Vanaf september 1914 vestigen de Duitsers zich in de omgeving van Moyenmoutier in de Val de Senones, de oude hoofdstad van het prinsdom Salm. Het plateau van de Roche Mère Henry, dat aan de steile wanden kleeft, wordt het doelwit van Franse aanvallen tot in januari 1915.
In het uiterste noorden van het front, tussen de toppen van Le Donon en Raon-l’Etape, is de site van La Chapelotte de laatste getuige van de mijnenoorlog in de Vogezen. In 14-18 reikten sommige posities 120 meter diep.
De Duitsers bouwden in dit massief, dat bestaat uit zeer broze zandsteen, verbazende versterkingen waarvan het verhaal belicht wordt in het Centre d’Interprétation
et de Documentation 1914-1918.

Related videos

 
 

Sponsored videos