Geschiedenis en lokale economie

  • Carnaval in Martinique, "Parade du Nord"

    Carnaval in Martinique, "Parade du Nord"

    © Comité Martiniquais du Tourisme – FA

  • Koffie

    Koffie

    © Comité Martiniquais du Tourisme – D. GIRAL

Geschiedenis en lokale economie mq

In grote lijnen

Vanaf 2500 voor Christus komen indiaanse stammen uit het bassin van de Orinoco in opeenvolgende golven naar Martinique. Vanaf 500 voor Christus vestigen de Arawak zich op het eiland.
Tegen het jaar 1000 komen de Caraïben, vanuit het plateau van Guyana op hun beurt naar de Antillen. Geleidelijk aan vervangen zij de volkeren die voorheen de eilanden hadden gekoloniseerd.
Toen Christoffel Columbus in 1502 op Martinique landde, in de omgeving van Le Carbet, was het eiland nog altijd bewoond door de Caraïben. Zij zouden later overwonnen worden door de Fransen.

Enkele markante data

- 15 juni 1502: Christoffel Columbus landt op de Caraïbische kust, ter hoogte van Le Carbet.
- 1635: eerste Franse nederzetting met Pierre Belain d’Esnambuc.
- 31 oktober 1636: koning Lodewijk XIII laat slavernij toe op de Franse Antillen.
- 1659: moordende raid van de Fransen tegen de Caraïben, die verslagen worden en ophouden te bestaan als afzonderlijke gemeenschap.
- 1685: invoering van de ‘Code Noir’ van Colbert, die met 60 artikelen officieel het leven van de slaven regelt. De Code bleef bestaan tot 1848.
- Tussen 1762 en 1814: Martinique kent 4 periodes van Engelse bezetting.
- 22 mei 1848: afschaffing van de slavernij.
- 8 mei 1902: uitbarsting van de Montagne Pelée en vernieling van de stad Saint-Pierre. Fort de France wordt hoofdstad.
- 19 maart 1946: Martinique bekomt het statuut van Frans departement. Het wordt vertegenwoordigd door 4 kamerleden en 2 senatoren.
- 1983: ten gevolge van de wet op de decentralisatie van 1982 wordt een Conseil Régional opgericht.

Bron: Musée Régional d’Histoire et d’Ethnographie de la Martinique.

Parallel aan deze data ontwikkelt zich een economie met plantages die achtereenvolgens volgende producten verbouwen: koffie, cacao, katoen en uiteindelijk suikerriet, dat overigens de invoer van slaven op de Antillen heeft meegebracht.

Rum

Bron: Regard sur l'architecture. Uitgave: Bureau du Patrimoine.

Sommige distilleerderijen zijn cultuurplaatsen of musea geworden:
- Habitation Clément in Le François, Neisson in Le Carbet, JM in Le Macouba, Dillon in Fort de France, Trois Rivières in Sainte-Luce, Saint-Etienne in Le Gros Morne, la Mauny, Depaz in Saint-Pierre.
De geschiedenis van deze huizen en distilleerderijen wordt u verteld in het Rummuseum van  Sainte-Marie en in La Maison de la Canne van Les Trois Ilets. Wetenswaardig is dat de Distillerie Neisson regelmatig kunsttentoonstellingen organiseert.

In de context van de plantage-economie waren de woningen tot het einde van de 19e eeuw relatief gelijkaardig, met evenwel volgende tegenstellingen:

- de mooie koloniale woningen (herenhuizen),
- de slavenhutten (nadien van kleine boeren),
- de plattelandshuizen,
- de stadshuizen.

De jongste dertig jaar zijn er verregaande, soms zelfs spectaculaire veranderingen te zien op het gebied van woningbouw op Martinique.

Vandaag wordt de bezoeker verrast door de ongelijksoortige architecturale stijlen die soms vlak naast elkaar te zien zijn. De traditionele woningen, houten huizen of koloniale woningen, staan naast imposante villa’s, moderne appartementen en sociale woningen…
De bezoeker ontdekt vandaag, zowel op het platteland als in de steden, een zeer gevarieerd woningbestand.
Bron: Regard sur l’Architecture. Uitgave: Bureau du Patrimoine.

De ambachten

De ambachten steunen op 4 basisstoffen:

- goud (bezoekers mogen zich aan veel juwelen verwachten),
- Caraïbisch stro (een overblijfsel van de kunst van de indiaanse stammen),
- edele houtsoorten (Europees geïnspireerde stijlmeubelen),
- en madras (afkomstig van India).

Caraïbisch stro en aardewerk zijn een erfenis van de Amazone-indianen
Het ambachtswerk kenmerkt zich verder door:
- de smaken van de aarde: likeuren, ‘sirop batterie’ (geconcentreerd suikerrietsap), meel van maniok, confiserie…
- de levendige kleuren van de stoffen: madras, katoen, Engels borduurwerk, taf en andere zijde. Al deze stoffen worden gebruikt voor de traditionele kleding (lange jurken, hoofddoeken…) waar men kennis kan mee maken via de diensten voor toerisme (Syndicats d’Initiative en Offices du Tourisme).
- de geur van het woud, via het werken met varens.

De ambachtslui werken met tal van vezels en materialen: bakoua, bladeren van de bananenboom, bamboe, klei, hout… allemaal materialen die tot leven komen door een vakkennis die van de ene generatie op de andere wordt overgeleverd.