De kerstbuche of kerststronk

  • © Vincent Bousserez/Plaza Athénée

De kerstbuche of kerststronk

Vroeger kwam de hele familie bijeen rond de open haard voor de kerstwake. De kinderen zongen kerstliedjes en luisterden naar verhalen van de grootouders, terwijl een enorm houtblok (bûche) brandde in het vuur.
Het blok bestond uit zeer hard hout zodat het de hele nacht kon blijven branden. Het was versierd met bladeren en linten en het werd aangestoken door de jongste en de oudste aanwezige, nadat het was gezegend door het gezinshoofd met olie of brandewijn, en soms met een takje dat in wijwater was gedompeld... De as van het houtblok werd achteraf bewaard, want het zou een heel jaar het huis beschermen tegen de bliksem en de duivel…

Deze gewoonte, die ontstaan is in de 12e eeuw, vond ingang in de meeste Europese landen en ook in Québec. In Italië noemde men het houtblok ‘ceppo’ en in Engeland ‘Yule Log’. Deze traditie verdween op het einde van de 19e eeuw, samen met de grote open haarden die men verving door kachels. Toen kwam een klein houtblok het grote vervangen. Men zette het midden op de kersttafel als versiering, samen met kaarsen en groen.

Vandaag is het houtblok vervangen door een taart – de kerstbuche – die dezelfde vorm heeft. Ze heeft ook de kleur van hout, is gegarneerd met boterroom en overdekt met chocolade of koffiecrème. Men strooit er poedersuiker op om ons te herinneren aan de winter en men versiert ze met kleine houtblokjes en paddenstoelen. Men kan de buche ook als ijstaart eten.
Dit typisch Frans dessert is ontstaan in Parijs op het einde van de 19e eeuw, in de oven van historicus en banketbakker Pierre Lacam. Laat de taart vergezeld gaan van een zoete wijn, maar vermijd likeur of rode wijn. Probeer bijvoorbeeld een natuurlijk zoete wijn met een hoog alcoholgehalte zoals  Muscat, vooral wanneer er noten en amandels in de kerstbuche zijn verwerkt.