De kerststal

  • © Santons Vouriot

De kerststal

Naar verluidt bestaat de kerststal al heel lang.

Men schrijft de oorsprong toe aan Franciscus van Assisi die in de 13e eeuw in een verlaten stal levende personages en dieren onderbracht om de Geboorte voor te stellen. Met de Franse Revolutie, toen de kerken gesloten waren, ontstond In de Provence het gebruik om in elk huis een kerststal te plaatsen en deze traditie verspreidde zich snel over heel Frankrijk.

De authentieke kerststal is in feite een voorstelling van een dorp waarin iedereen zijn plaats heeft, met inbegrip van de dieren.


In de Provence bestaat het decor uit twee delen: een weerspiegeling van het gemeenschapsleven  met huizen, een waterput, een broodoven, een watermolen, dennen, olijfbomen en een verlichte  hemel, en anderzijds een stal met het kindje Jezus, de Maagd Maria, Jozef, de ezel en de os, de ster die de Drie Koningen de weg wijst en de menigte die hen een bezoek brengt.


De kerststal neemt een belangrijke plaats in bij de gezinnen in de Provence.

De santons worden er doorgegeven van vader op zoon. Het woord santon komt van het Provençaalse ‘santoun’ wat ‘petit saint’ of kleine heilige betekent.

Alle santons komen voort van originele en met de hand gemaakte modellen, die gedroogd en beschilderd worden. Zij stellen een aantal populaire Provençaalse personages voor. De ‘santonnier’ maakt dan een gietvorm in plaaster, soms – maar eerder zelden – in hars. De santon wordt er in geperst en achteraf afgebraamd. Nadien volgt nog een tweede manuele persing in de gietvorm, waarna het kleibeeldje opnieuw wordt afgebraamd. Vervolgens gaat de santon de oven in. In het laatste stadium wordt het beeldje gedecoreerd. De meest heldere kleuren, zoals het gezicht, worden eerst geverfd met waterverf, nadien volgen de donkere tinten.

De eerste santon komt uit Marseille. De oudste gietvorm is deze van Lagnel. Hij staat tentoon in het Musée du Vieux Marseille (maison Diamantée).
Er bestaan drie maten voor de santons: de piepkleine santon van 1 tot 3 cm, de traditionele santon die ongeveer duimgroot is en de grote santon die 18 tot 20 cm haalt.
Sommige figuurtjes kunnen aangekleed zijn. Het zijn dan doorgaans grote santons.

Elke santonmaker baseert zich voor zijn creaties op de folklore en de tradities, zoals de herder die het lam aanbiedt, of de vrouw met de zwarte kip waarvan het bouillon aanbevolen werd voor
pasgeborenen.

Zo kan men tussen de figuurtjes alle kleine beroepen van afgelopen eeuw terugvinden. Er zijn er een vijftigtal en hun Provençaalse namen liegen er niet om.
- Roustido, de sympathieke man met de rode paraplu.
- Bartomiou, de onverbeterlijke dronkaard met de katoenen muts, die het kindje Jezus een gedroogde kabeljauw aanbiedt.
- Pistachié, de grote lummel die een ezel beladen met een zak graan begeleidt.
- Lou Ravi, die zijn armen verheft als teken van aanbidding.
- De bakker en zijn mand met haardkoeken.
- En de verkoopster van look, de visverkoopster, de boerenknechten met hun lantaarns, de visser met zijn net over de schouder, de geknielde figuren die het kindje Jezus aanbidden…

Al deze personages omringen het kindje Jezus, Maria, Jozef en de Drie Wijzen uit het Oosten die op 6 januari ten tonele komen. De kerststal wordt pas opgeborgen op 2 februari, de dag van Maria-Lichtmis.

Meer informatie