De wegen van herinnering in de Champagne-Ardenne

  • Camp Vallée Moreau -

    Camp Vallée Moreau -

    © John Foley Champs de la Mémoire

  • Kathedraal van Reims

    Kathedraal van Reims

    © Champagne-Ardenne Tourisme

  • Interpretatiecentrum Marne 14-18

    Interpretatiecentrum Marne 14-18

    © www.bruno-gouhoury

  • Militaire begraafplaats van Suippes

    Militaire begraafplaats van Suippes

    © Champagne-Ardenne Tourisme

  • Loopgraven de la Main de Massiges

    Loopgraven de la Main de Massiges

    © John Foley Champs de la Mémoire-CRTCA

De wegen van herinnering in de Champagne-Ardenne 08000 Charleville-Mézières fr

Beroemd om de twee slagvelden bij de Marne in 1914 en 1918 en die sindsdien deze naam draagt, is het gebied van de noordelijke-Champagne dé plek van heftige gevechten tijdens de Eerste Wereldoorlog. De Ardennen en het noordwesten van het departement Marne zijn bezet door de Duitsers tijdens de gehele oorlog. Het bos van Argonne is het theater van zware confrontaties en de stad Reims ondergaat systematische bombardementen die uitmonden in een onontkoombare verwoesting.

De overblijfselen van dit conflict zijn vandaag de dag enorm. Er zijn sporen in de gekwetste grond van de Champagne, omgewoeld door bommen en loopgraven. Dit ziet men ook terug in de landschappen evenals in die van de Ardennen, waarin grote necropolissen en herdenkingsmonumenten staan als herinnering aan soldaten van allerlei naties.

Het verdrag van Frankfort, in mei 1871, nadert weer de grens tussen Frankrijk en Duitsland. Het gebied van de Champagne is geïntegreerd in het versterkte verdedigingssysteem bedacht door Général Séré de Rivières en in werking gezet tussen 1874 en 1880. Van 1914 tot en met 1918 wordt de noordelijke Champagne een slagveld. 

De departementen Ardennen en de Marne zijn bezet in augustus-september 1914. De Duitse legers passeren de Marne, de Meaux in Vitry-le-François.

Het 1e slagveld bij de Marne

De 1e Victoire de la Marne (5-12 september 1914) werpt de Duitsers terug naar het noorden van Soissons en Reims. Vervolgens stabiliseert het front zich of schommelt licht, met als resultaat: elke keer duizenden doden en gewonden, in 1915, in 1917, tot het grote Duitse offensief in de lente van 1918. De zegevierende Duitsers bereiken opnieuw de Marne tussen Château-Thierry en Epernay. De 1e bataille de la Marne heeft verwoestingen aangericht op plekken waar de legers elkaar direct ontmoeten, in het zuiden van het departement.

Positieoorlog

Wat volgt is een positieoorlog die letterlijk elke strook land ontmenselijkt waar de tegenstanders met elkaar in botsing komen tijdens 4 jaar tijd, waarin de overlevenden niet weigeren deze plekken te dopen tot « zone rouge » (rode zone).

Enkele heuvels zijn verlaagd en beekjes omgelegd. Het hout is verminderd tot enkele stukken stam terwijl de dorpen, verpletterd door de artillerie, voor altijd van de kaart zijn geschrapt. Hun namen zijn verbonden aan die van bespaarde buurdorpen.  Iets meer naar het oosten zijn er meerdere herdenkingsplekken in Argonne die getuigen van de offensieven van augustus en september 1914, slagvelden in het dichte bos van Argonne in 1914 en 1915 en het offensief van 1918.

In Vienne-le-Château, is het camp de la Vallée Moreau (een Duits militair kamp) hersteld.

De 2e slag bij de Marne

De 2e slag bij de Marne (15-18 juli 1918) bevrijdt bijna het gehele bezette deel van de Champagne (Mézières en Sedan) voor de wapenstilstand van 11 november.
Deze slag raakt niet het westen van het departement, maar veroorzaakt wel veel meer ruines dan de 1e slag bij de Marne. De ontwikkeling van de artillerie in de 2 kampen en de belangrijkheid van wat er op het spel staat, geven aan de strijd een gewelddadig karakter dat nog nooit eerder vertoond is. In enkele weken tijd zijn de dorpen die het verzet van de Duitsers afbakenen voor de tegenaanval van de geallieerden, op hun beurt vernietigd. Hun monumenten, kerken en kastelen, ondergaan onherstelbare oorlogsschade, temeer omdat de mechanisatie van de legers op de slagvelden de eerste tanks en luchtbombardementen vertonen.

Het einde van de oorlog, de heropbouw

Aan het einde van de vijandelijkheden in 1918, is de Champagne een waar slagveld: provisorische spoorlijnen en stations geïmproviseerd midden in de natuur, miljoenen gaten door granaten, ondergelopen loopgraven met prikkeldraad en metalen staken.
De plek van Main de Massiges is hetzelfde gebleven met zijn mijnkraters en de loopgraven van de gevechten in 1914-1915. Het is in oorspronkelijke staat hersteld. 

Ook zijn er geïmproviseerde graven waar de strijders van de 2 kampen hun gevallen kameraden het best mogelijk hebben begraven. De lichamen van hen die niet zijn teruggeven aan hun familie rusten op de grote militaire begraafplaatsen die vandaag de dag de lijn van het oude front afbakenen en die erg vertrouwd zijn geworden voor de inwoners van de verwoeste streken in de Champagne. Onder de grootste is er la nécropole de la Crouée in Souain-Perthes-les-Hurlus die meer dan 30 000 lichamen op 60 000 m2 bij elkaar heeft gebracht, en die van Marfée in Noyers-Pont-Maugis.

Ook zijn er veel plaatsen en historische monumenten die getuigen van de felle strijd evenals van het dagelijkse leven in de oorlog: Le fort de la Pompelle, het enige fort van het systeem Séré de Rivières bestand tegen vuur, het fort en de artillerie-eenheid van les Ayvelles, of het Château-fort van Sedan in de Ardennen.

De stad Reims is voor 80% verwoest door Duitse bombardementen. Haar kathedraal Notre-Dame wordt in brand gestoken in september 1914 en 4 jaar lang door de oorlog aangetast.

De overlevenden betonen eer door de heropbouw en de reparaties. De oude gerestaureerde huizen lopen langs nieuwe constructies gemarkeerd door de architecturale mode van de jaren 1920-1930. Naast de kerken die zijn heropgebouwd in de neo-romaanse of neo-gotische stijl staan veel monumentale gebouwen die in hun primitieve staat zijn hersteld.

De herinnering aan de strijd is niet vergeten. In Mondement is het Monument de la Victoire de la Marne een gigantische grenssteen met afbeeldingen van de generalen die de leiding hadden over een leger tijdens deze strijd. In Dormans vindt u het Mémorial des Batailles de la Marne, een kapel en een militaire grafkelder van een duizendtal soldaten van allerlei nationaliteiten.

Eerbetoon aan de geallieerde troepen

Aan het einde van de oorlog ontstaan er vele monumenten gewijd aan de doden met daarop de namen van de gevallen strijders in het leger en met vaak alleen de namen van de oorlogsslachtoffers: gefusilleerden in 1914, slachtoffers van bombardementen of gedeporteerden van bezette gebieden door de vijand.
Het merendeel bestaat uit bekende modellen maar sommige van deze monumenten wijken hiervan af. Dit is bijvoorbeeld het geval in Reims met het Monument aux Héros de l’Armée Noire en in Sommepy-Tahure met het Monument américain du Blanc-Mont, waarvan de top een panoramisch uitzicht biedt. Het monument herdenkt de 6 000 gevallen Amerikaanse soldaten die zijn omgekomen in de Champagne en in Argonne.

In Saint-Hilaire-le-Grand vindt u een orthodoxe kapel, met witte muren en blauwe en gouden koepels, die de 6100 gevallen Russische soldaten in Frankrijk herdenkt.

In Souain-Perthes-les-Hurlus kunt het Monument aux Morts de Navarin ontdekken. Dit is een grote piramide waarin zich een crypte en een grafkelder bevinden waar de lichamen van meer dan 10 000 soldaten van allerlei nationaliteiten rusten.

Het begrijpen van het wereldconflict en de historische plekken ervan is makkelijker gemaakt door het materieel over het oude front van de Champagne van het Centre Marne 14-18 de Suippes.

Related videos

 
 

Sponsored videos

 
 
 
 

Bezienswaardigheden